Vergroeningsregels Vlaanderen

Voldoen aan de vergroening met de juiste groenbemesters

Akkerbouwers die verplicht zijn mee te doen aan de vergroening dienen 5% ecologisch aandachtsgebied te hebben. Deze dient
ten goede te komen aan de verbetering van het milieu en de biodiversiteit. De vergroening kan eenvoudig ingevuld worden door
het telen van een groenbemester. Hierbij is het wel de verplichting een mengsel te zaaien van minstens 2 soorten. Indien de
groenbemester al vroeg onder het hoofdgewas wordt uitgezaaid (grasgroenbemesters / vlinderbloemige gewassen) dan is een
mengselverplichting niet direct aan de orde.

Aan het telen van groenbemesters die meetellen voor het EAG-vergroeningsbeleid zijn enkele voorwaarden verbonden:

  • Het mengsel moet minimaal 2 soorten bevatten
  • Zaaiadvies conform EAG-beleid (minstens 50% van de aangegeven zaaidichtheid op de lijst Groenbedekkers van minstens 2 componenten uit de betreffende lijst)
  • Er zijn nieuwe aanhoudingsperiodes voor de EAG groenbedekkers:
    • Polders en Duinen: inzaaien vóór 20 augustus en minstens aanhouden tot en met 15 oktober
    • Leemstreek: inzaaien vóór 1 oktober en minstens aanhouden tot en met 30 november
    • Zandleemstreek en andere: inzaaien vóór 1 november en minstens aanhouden tot en met 31 januari
  • Ook vlinderbloemigen (peulgewassen) in onderzaai mogen worden aangegeven als EAG-groenbedekker
  • Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op stikstofbindende EAG-gewassen is niet toegestaan
  • EAG enkelvoudige stikstofbindende gewassen, een mengsel van stikstofbindende en niet-stikstofbindende gewassen is
  • toegelaten, mits het stikstofbindende gewas gedurende de aanhoudingsperiode overheersend aanwezig blijft.

Binnen Vital Earth is voor elk teeltdoel een geschikt mengsel samengesteld conform de eisen van de praktijk.

Kijk altijd voor de laatste info op: Check voor de laatste info vooraf lv.vlaanderen.be en www.vlm.be