e
Published
2 .dec.2021

Hoe kun je gras het beste bewapenen tegen vertrapping door koeien?

Percelen die veel beweid worden door koeien, moeten weerbaar zijn tegen vertrapping. Grasrassen worden daarvoor beoordeeld op standvastigheid. Wij bouwen hiervoor een extra test in: praktijkproeven met tientallen grasrassen op percelen waar koeien het hele jaar weiden.

Een grasplant heeft het hele jaar door met flinke uitdagingen te maken: het weer, de maaimachine, maar ook koeienpoten. Vooral voor een weideperceel is het van belang dat de grasplantjes goed bestand zijn tegen deze druk.

Wat betekent standvastigheid van het gras?

De mate van standvastigheid is daarvoor een belangrijke indicator. Jaarlijks worden de beste en meest veelbelovende grasrassen op standvastigheid getest om zo een plaatsje op de rassenlijst te veroveren. Standvastigheid betekent dat het aantal spruiten per vierkante eenheid, bijvoorbeeld vierkante meter, in tact blijft en groeit. Proefpercelen worden normaalgesproken allemaal op exact dezelfde wijze behandeld en gemonitord. Zo wordt met maaien de opbrengst en andere kenmerken gewogen en beoordeeld.

Beweidingsproeven bij melkveehouder Maas

De behandeling van een perceel dat beweid wordt, kan in de praktijk nooit exact hetzelfde verlopen. Een koe gedraagt zich nu eenmaal zoals ze wil. Wat de invloed van de koe op een grasras is, is dan ook lastiger in te schatten. Daarom voeren wij al jaren beweidingsproeven uit op percelen van een melkveehouder in de buurt van ons veredelingsstation in Moerstraten. Op een perceel worden tientallen rassen ingezaaid, verdeeld over plots van 4,5 bij 1,5 meter. Om toevalligheden uit te sluiten wordt een ras op minimaal drie veldjes gezaaid. Daarnaast wordt het perceel goed geïnspecteerd, zodat slechte plekken of een rijspoor, niet in de waarnemingen worden meegenomen.

Ons praktijkproefveld ligt direct achter de stal van melkveehouder Adrie Maas. Vanaf begin april weidt hij zijn koeien daar meerdere keren per jaar vier tot vijf weken in de vorm van een standweide. Nog voordat de lente en de grasgroei op gang komen, valt er op het proefveld al genoeg te zien: de kleurverschillen tussen de rassen is het eerste wat opvalt. Daarnaast kun je zien dat de diploïde rassen meer en dunnere spruiten hebben dan de tetraploïde rassen. Onze veredelaars kijken daarnaast ook de zodedichtheid, oftewel de hoeveelheid grasplanten per plot.

DLF - Beweidingsproeven: standvastigheid en smakelijkheidWelk gras vinden koeien het lekkerst?

Tetra’s leveren meestal een meer open zode, maar zijn smakelijker. Dat is op het praktijkveld goed terug te zien: de tetra-plots worden altijd het eerste en beste afgevreten. Tegelijkertijd betekent dit dat de tetra’s gemiddeld ook meer te lijden hebben van vertrapping. Diploïde grassen hebben een betere uitstoeling en zijn beter geschikt voor langdurig grasland.

Mengsels zijn het antwoord

Betekent dit nu tetra’s die een meer open zode hebben, maar tegelijkertijd de favoriet van de koe zijn, niet geschikt zijn om te zaaien in weidepercelen? Zeker niet! Grasrassen worden namelijk dan wel afzonderlijk getest en staan ook zo op de rassenlijst, maar ze komen nooit als enkelvoudig ras op de markt. Grassen komen altijd als mengsels op de markt, waarbij we de goede eigenschappen van de verschillende rassen met elkaar combineren. Door hun smakelijkheid zijn de tetra’s een mooie combinatie met de sterkere en dichtere diploïde rassen. Gezamenlijk zorgen zij voor een smakelijk én standvastig gras waar de koe een heel seizoen lang van kan genieten.